Aktueel

Jarenlang wilde Willem Verf niets weten van een Nederlandse versie van een door hem geschreven boek.
Maar… de vele positieve reacties op zijn jongste korte roman waren voor zijn uitgever en hemzelf aanleiding om nu ook een Nederlandse editie te publiceren. Onlangs verscheen: ‘Ein Bratkartoffelverhältnis/Liefde in oorlogstijd’.

Waarom is dit een bijzonder boek?

Allereerst een motivatie van de uitgever – daarna de uitgebreide recensie van Lomme Schokker.

De Afûk geeft zelden of nooit Nederlandstalige fictie uit.

Uitgever en neerlandicus Ernst Bruinsma van de Afûk motiveert deze uitzondering als volgt:

Oorlog en literatuur…

De eerste jaren na de tweede wereldoorlog is er in de Nederlandse literatuur vooral een scherp onderscheid tussen goed en fout.
Daar komen al snel barstjes in: Vestdijk Pastorale 43, Walschap Zwart en Wit, Hermans Donkere kamer van Damocles – diverse romans waarin in toenemende mate de thema’s schuld en verantwoordelijkheid de boventoon voeren.
Ook verschijnen er veel dagboeken en meer kroniekachtige boeken over verzet en Jodenvervolging. 
Anders dan in de poëzie, waar de oorlog voor veel experimenten zorgt, blijft de roman redelijk gangbaar van vorm. Een echte uitzondering is misschien het latere werk van Ivo Michiels die lang als ‘aangebrand auteur’ werd gezien maar zijn oorlogstrauma’s literair op eclatante wijze verwerkte. 
Over het dagelijks leven, over de Jodenvervolging en de concentratiekampen, over het verzet, over helden en schlemielen zijn vele boeken geschreven.
En toch is Willem Verf erin geslaagd iets nieuws aan deze belangwekkende reeks boeken toe te voegen. Hij heeft een grotendeels autobiografisch boek geschreven over een vader en een moeder die elkaar tijdens de oorlog in Duitsland hebben ontmoet en verliefd op elkaar werden. Los van elke ideologische scherpslijperij, zonder daarin in elk geval de noodzaak te voelen keuzes te maken of te oordelen, vertelt hij hun verhaal dat uiteindelijk ook zijn eigen verhaal zou kleuren, richting geven.  Hij doet dat in een hele sobere stijl waardoor hij alle ruimte geeft aan zijn lezers. Een middel dat meer schrijvers van zijn generatie hebben toegepast als het om de emotionele gevolgen van de oorlog gaat, maar zeker ook literaire grootheden als Andreas Burnier of Marga Minco. Ik zal hier dit boek niet verder positioneren, dat is aan de lezers, maar tot slot getuigen van mijn bewondering voor het boek dat me overtuigd en eerlijk gezegd ook ontroerd heeft. Misschien vergis ik me, maar dit zou wel eens het magnum opus van Willem Verf kunnen zijn. Het is en was in elk geval een boek dat hij moést schrijven.

Lomme Schokker, recensent en redactielid van het Friese literaire tijdschrift “Ensafh”, hield over dit boek tijdens de presentatie op 16 maart in de Bibliotheek van Sneek de volgende inleiding.

Liefde in oorlogstijd…

Kom vanavond met verhalen hoe de oorlog is verdwenen en herhaal ze honderd malen alle malen zal ik wenen

Uit het beroemde gedicht “Vrede” van Leo Vroman. Maar…, is een oorlog ooit echt voorbij, verdwenen? Oorlog en vrede, hoe zwart-wit is dat. En wie was wit, en wie is zwart. En wie wordt zwart gemaakt? Dit nieuwe boek van Willem Verf, Ein Bratkartoffelferhältnis – Liefde in oorlogstijd, is als een bloemetje op het slagveld. Een passender beeldspraak is natuurlijk dat dit een rode roos is, tussen het puin van één van de zo veel platgebombardeerde steden in Duitsland. Tussen al het wrede en al het leed beschrijft Willem iets gewoons, iets zeer menselijks. Dat mag verteld worden. Misschien móest het wel verteld worden.
Ik mag vandaag iets zeggen over wat dit laatste boek van Willem Verf bijzonder maakt. Want zoals Ernst Bruinsma van de Afûk heeft geschreven, er zijn ontzettend veel boeken over de holocaust en de concentratiekampen, over het verzet, over wie goed waren en over wie fout waren.
Willem Verf is er in geslaagd hier iets bijzonders aan toe te voegen. Hij heeft een boek geschreven over een Friese jongen en een Duits meisje die tijdens de oorlog in het Duitse Ruhrgebied verliefd op elkaar worden. Hij vertelt in een compacte stijl een verhaal dat iets doet met dat zwart-wit denken van ons. Misschien denken we na het lezen van dit boek wat genuanceerder, waardoor we sommige aspecten van zoiets afschuwelijks als die verrekte oorlog in een net even ander perspectief kunnen plaatsen. Niet door de gruwelijkheden weg te poetsen, want dat doet de schrijver hier ook niet, maar door te laten zien dat dwars door alle misêre heen de behoefte, de wil, het vermogen om geluk te vinden onder alle omstandigheden blijft bestaan.
Het ónderwerp an sich, Een liefde in oorlogstijd, maakt dit boek dus eigenlijk al bijzonder. Maar het is ook zeker de structuur en de vorm, hóe Willem Verf dit boek heeft opgezet en uitgewerkt.
Op de derde plaats is het zijn schrijfstijl, die naar mijn beleving goed past bij het thema. Zijn verteltrant en het thema zijn complementair aan elkaar.
En op de vierde plaats is het de context, de maatschappelijke samenhang, het historisch kader waarin hij dit verhaal plaatst.

Natuurlijk is het een voordeel als je beschrijft wat de vorige generatie heeft meegemaakt.
Enerzijds neem je enige afstand in acht en kun je het voortschrijdend inzicht van de tussenliggende jaren mee laten spelen, anderszijds heb je nog steeds een sterke persoonlijke betrokkenheid bij het verhaal. Willem weet beide invalshoeken in een goede balans vast te houden.
Op al deze vier punten: onderwerp, structuur van het boek, de schrijfstijl en de maatschappelijke context ga ik wat nader in.

  1. Wat betreft onderwerp en inhoud Dan gaat het natuurlijk om die intieme strekking van het verhaal: twee jonge mensen
    midden tussen het oorlogsgeweld en de machinaties van grotere machten waar je als individu absoluut geen invloed op hebt. Dit contrast tussen klein menselijk geluk en het alles overwoekerend drama op het wereldtoneel weet Verf goed tegenover elkaar te zetten. Om maar wat te noemen, de gemütlichkeit van Bratkartoffels op tafel versus een niets ontziende roofoverval van een stel gewapende Russische krijgsgevangen in jouw eigen huis. Er zitten meer van dergelijke contrasten in dit boek. En steeds draait het om hoe de betrokkenen in dit boek omgaan met tegenslagen. Hoe? Door met name te vertrouwen op, en zich vasthouden aan, het vertrouwde dagelijks ritme. Tenslotte moeten ze verder, moeten ze door. Het goede en het kwade draaien in dit verhaal voortdurend om elkaar heen. Het leven is niet zwart wit, niets is zwart-wit. Al die tegenstellingen doet je beseffen dat er grijze gebieden zijn, waar je niet al te snel met gemakkelijke vooroordelen weg kunt komen.
    Een bijzonder boek zal de lezer nieuwe inzichten kunnen bieden. Een goede schrijver weet die tegenstellingen te nuanceren, weet die contrasten in de juiste verhoudingen te presenteren. En dat doet Willem Verf.

  2. Wat betreft vorm en structuur Het is een ijzersterke formule om de hoofdstukken afwisselend door drie verschillende ik-personen te vertellen. De oneven hoofdstukken door haar, Rosa, de even hoofdstukken door hem, Sipke en een aantal tussentijdse, niet-genummerde hoofdstukken door de schrijver zelf. De titel van elke hoofdstuk is simpelweg de maand en het jaar waarin de handeling plaatsvindt. Daardoor is de chronologische volgorde meteen duidelijk en weet de lezer in één oogopslag hoeveel tijd er verstreken is tussen de handelingen.
    Vooral de hoofdstukken waarin de schrijver zelf aan het woord komt zijn een waardevolle inkadering van het verhaal. Ook hierdoor weet hij het een en ander fijn te tunen, zeg maar in proportie te brengen. Door die wisselende gezichtspunten kan hij heel gemakkelijk dezelfde gebeurtenis zowel in de beleving van Sipke als die van Rosa vertellen. Zo wordt de allereerste ontmoeting tussen die twee, en hoe ze dat afzonderlijk beleven, van beide kanten beschreven en dat heeft in mijn beleving een ontroerend effect.
    In één van Rosa’s hoofdstukjes wordt beschreven hoe Rosa aan een groep voorbijlopende Russische arbeiders stiekum wat zakken met etenswaren toestopt, ook al schreeuwen de toezichthoudende SS-ers nog zo luid dat ze niet in de buurt mag komen. Dit gebaar voelt voor haar als een druppel op een gloeiende plaat, een gebaar waar je voor eigen bestwil beter mee kunt ophouden. Zie daar één van de dilemmas van de gutbürgerliche individu in een onmenselijke en verscheurde wereld. Een van de voorbeelden ook waarmee Willem Verf in een paar zinnen compact maar heel subtiel de lezer confronteert met de dagelijkse dilemmas in de oorlog. In een hoofdstukje net daarna, zitten we in september 1944 en is Sipke aan het woord. Voor Sipke is het dan een en al puinruimen, na de steeds frequentere bombardementen van de geallieerden op de burgerbevolking. De wijze waarop Sipke de lijken moet bergen, om die met zijn vrachtauto naar het mortuarium te vervoeren, tart ons voorstellingsvermogen. Verf beschrijft deze misselijk maken ellende in zijn typisch feitelijke en nuchtere vertelstijl. Over de intermezzo hoofdstukjes waarin Willem de schrijver zelf aan het woord komt, heeft een van de resensenten geschreven dat de scherpte in dit boek met name zit in hoe de ik-persoon nog ver na de oorlog  geconfronteerd wordt met zijn Duitse geworteldheid en dat dit niet altijd even gemakkelijk is geweest. Ook dit is weer zo’n inkijkje dat de lezer doet realiseren dat eigenlijk niets zwart-wit is, dat een oorlog niet zomaar is verdwenen.

  3. Met betrekking tot de schrijfstijl:
    De schrijfstijl is sober en rechtuit, kernachtig en krachtig. Het is geen mooischrijverij om mooi te schrijven, Willem hanteert een stijl zonder stilistische franje, waarbij de juiste toonzetting het belangrijkst is. Met opmerkingen als het ware tussen neus en lippen door maakt hij de zaken niet groter dan ze zijn. Hij laat dat aan de lezer over om dat te ontdekken. Dit boek is een kleine kroniek van een liefde onder moeilijke en zeer uitzonderlijke omstandigheden en meer moet het ook niet willen zijn. Dat heeft Willem naar mijn idee goed aangevoeld. Het is nergens sentimenteel, maar zeker wel fijngevoelig, waardoor de lezer gemakkelijk ontroerd kan raken. Neem naast de subtiele beschrijving van die eerste ontmoeting tussen Rosa en en Sipke ook de reactie van de moeder van Rosa, als Rosa ‘s-avonds vertelt van haar ontmoeting met die lange onbekende Nederlander in de bus. Van het is toch wat, dat buitenlanders hier de lijken van burgers moeten bergen, terwijl Duitsland zijn eigen jongemannen de oorlog instuurt. Hij laat het bij die opmerking, maar het achterliggend drama komt daardoor misschien wel des te dringender binnen bij de lezer.

  4. Met betrekking tot de maatschappelijke context en historisch kader:
    Meteen in het begin al krijg je een inkijkje in het sterk verzuild maatschappeijk syteem in Nederland van destijds en hoe bijvoorbeeld gereformeerden dachten over de roomsen. Maar ook over het politieke stelsel van begjin jaren veertig en het gezag dat de voormannen van politieke partijen toen nog hadden. Een opvallende punt van aandacht in dit boek is ook hoe in een van de laatste hoofdstukken de aandacht wordt gevestigd op acties van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, die bepaalde reizigers naar Duitsland extra ondervraagt op basis van vermeende sympatieën met communisten. Hier schiet Verf even heerlijk uit de slof om met ingehouden ergernis uit te varen tegen de overduidelijke onrechtvaardigheid van die communistenjacht, terwijl ze lieden met Nazi-sympatieen vermoedelijk ongemolesteerd vrijuit laten gaan.
    Zonder dat het storend is stipt hij ook zo iets aan als de nasleep van de politionele acties in Nederlands-Indië. Ook dit doet hij to the point, zonder overtollige details, door juist het menselijk aspect er uit te lichten en te benadrukken.

Laat ik afronden:
Niet alleen in mijn ogen, maar ook in die van alle andere recensenten, is deze Bratkartoffelferhältnis zonder meer een geslaagde roman. Een voortreffelijke opbouw, compositorisch met finesse uitgewerkt, dus goed geschreven. Uitmuntend geredigeerd.
Persoonlijk, zonder sentimenteel te zijn, maar wel aangrijpend. Ontroerend zelfs.
Geschreven vanuit een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Het is een gepast en aandoenlijk eerbetoon aan een vorige generatie. Zoals we ook van eerder werk van Willem Verf kennen, geeft ook dit boek een boeiend en intiem inkijkje in menselijke waardigheid onder buitengewoon moeilijke omstandigheden.
Ja, en dan is de oorlog verdwenen, maar de lieve vrede blijft uit. Dus is dit verhaal nog lang niet over. Want die Sipke moet meteen Duitsland uit, juni 1945, hij wordt ook niet langer uitbetaald. Terwijl zijn Rosa juist Duitsland onder geen beding mag verlaten, want het land is nu zelf bezet. De bezetter heeft het voor het zeggen, lekker puh… Het zal nog twee en een half jaar duren voordat ze elkaar, getrouwd bij volmacht, weer lijfelijk ontmoeten. Ook deze fase weet Willem, onder ander in de vorm van een briefwisseling, beknopt maar innemend te beschrijven.
Uit alles proef je dat de schrijver met dit boek een integer beeld heeft geschetst van zijn ouders in die absurd ongewone periode.
Dat mag doorverteld worden. Ik hoop dan ook dat Willem Verf met dit boek een groot, een nationaal lezerspubliek zal krijgen.

Persbericht

De Afûk verstuurde aan kranten en tijdschriften het onderstaande persbericht:

NU OOK IN HET NEDERLANDS!

Ein Bratkartoffelverhältnis

De Nederlandse versie van de Friese novelle: “Leafde yn oarlochstiid’ van Willem Verf.

Hoe komen mensen die geen helden zijn en niets hebben met ideologische vergezichten, door een tijd van vernieling, dood en ontregeling? Onlangs verscheen dit bijzondere en ontroerende oorlogsboek bij de Afûk.
Recensent Lomme Schokker bracht het zo onder woorden:
“Er zijn ontzettend veel boeken geschreven over de holocaust en de concentratiekampen, over het verzet, over wie goed waren en over wie fout waren. Willem Verf is erin geslaagd hier iets bijzonders aan toe te voegen. Hij heeft een boek geschreven over een Friese jongen en een Duits meisje die tijdens de oorlog in het Duitse Ruhrgebied verliefd op elkaar worden.
Hij vertelt in een compacte stijl een verhaal dat iets doet met dat zwart-wit denken van ons.”
Niet eerder werd er zo over de oorlog geschreven: centraal staan geen helden, geen daders, geen slachtoffers. Aan de basis van deze novelle liggen de herinneringen van de ouders van de schrijver. Zij kregen verkering in Duitsland, in de oorlog, terwijl het Ruhrgebied heftig werd gebombardeerd. Bij stukjes en beetjes vertelden ze hun zoon later over wat ze in die tijd meemaakten. In de jaren dat Willem Verf opgroeide werd niet langdurig over
persoonlijke oorlogservaring gepraat; van de fragmenten die hem als kind wel werden overgeleverd, heeft de schrijver een boeiend, aandoenlijk en realistisch verhaal gemaakt.

In alle boeken die hij hiervoor publiceerde, was hij nooit zo persoonlijk.
In dit verhaal wordt de oorlog anders beschreven dan we gewend zijn – een uitdaging voor de lezer. Die uitdaging aangaan, is van groot belang om te begrijpen wat er toen gaande was.
Lomme Schokker was niet de enige die met grote waardering over dit boek sprak. Alle andere recensenten van het Friestalig origineel waren lovend.

Meer informatie:
www.willemverf.frl
www.afuk.frl

Boekgegevens Ein Bratkartoffelverhältnis (Liefde in oorlogstijd)
Auteur: Willem Verf
Uitvoering: paperback
ISBN: 978 949 331 8786
Verkoopprijs: € 17,50
Aantal pagina’s: 160
websjop.afuk.frl